
Wat is Pulmonale Arteriële Hypertensie?
Pulmonale Arteriële Hypertensie (PAH), ofwel verhoogde bloeddruk in de longvaten, ontstaat ten gevolge van veranderingen in het vaatbed van de longen. De oorzaak van deze veranderingen kan zeer divers zijn, van het niet bekend zijn van de oorzaak tot het gerelateerd zijn aan diverse ziektes.
De huidige behandelingen van PAH zijn gericht op de werkingsmechanismen die voornamelijk resulteren in vaatverwijding. Tevens remmen deze behandelingen de veranderingen in de vaatwand. Het behandeldoel is ervoor zorgen dat de vaten minder vernauwd zijn, waardoor er meer bloed door de longbloedvaten kan lopen. Hierdoor kan er meer zuurstof in het bloed worden opgenomen.
Er is een aantal manieren om de medicatie daar te krijgen waar het nodig is: via het maag-darmkanaal (tabletten), via inhalatie en via continue toediening (intraveneus en subcutaan). Tracleer® (bosentan), Volibris® (ambrisentan), Revatio® (sildenafil) en Adcirca® (tadalafil) zijn middelen in tabletvorm. Flolan® (epoprostenol) en Remodulin® (treprostinil) worden continue toegediend in respectievelijk een grote lichaamsader en onderhuids lichaamsweefsel. Bij deze continue toedieningsvormen wordt gebruik gemaakt van een pompsysteem. Deze pomp is aan het lichaam verbonden en moet altijd worden meegedragen.
Ventavis® (iloprost) wordt toegediend via inhalatie. Bij inhaleren komt de werkzame stof direct op de plaats waar het nodig is en worden alleen de goed geventileerde longgebieden voorzien van medicatie. Hierdoor is de zuurstof opname in het bloed het meest efficiënt. Ventilatie-Perfusie Mismatch wordt hiermee voorkomen. Een uitleg over Ventilatie Perfusie Mismatch treft u hier aan. Bij behandeling met inhalatietherapie hoeven geen apparaten op het lichaam te worden meegedragen.